Subsidies & Financiering

Cofinanciering en staatssteun: subsidies combineren (2026)

Manna Team

In ons artikel over subsidies combineren en stapelen lees je dat je WBSO, MIT en SLIM meestal mag combineren, zolang je niet twee keer voor dezelfde kosten wordt gefinancierd. Maar zodra je meerdere regelingen tegelijk inzet, komen er twee lastigere vragen bij: hoeveel moet je zelf nog betalen, en hoeveel subsidie mag je eigenlijk in totaal ontvangen? De eerste vraag draait om cofinanciering, de tweede om het staatssteunplafond waarbinnen de meeste Nederlandse subsidies moeten blijven. Dit artikel gaat in op beide, en laat zien hoe ze op elkaar inwerken zodra je regelingen stapelt.

Cofinanciering: wat "eigen bijdrage" in de praktijk betekent

Bijna geen enkele Nederlandse subsidie vergoedt 100% van je kosten. Elke regeling stelt een subsidiepercentage vast — het deel van de subsidiabele kosten dat wordt vergoed — en de rest financier je zelf. Dat eigen deel heet cofinanciering.

Twee voorbeelden laten zien hoe groot het verschil kan zijn:

  • SLIM vergoedt 60% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van €24.999. De overige 40% betaal je zelf.
  • Het MIT-haalbaarheidsproject in Noord-Holland vergoedt 35% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van €20.000. Bij €60.000 subsidiabele kosten zou 35% neerkomen op €21.000 — maar de subsidie wordt afgetopt op €20.000, waardoor je eigen bijdrage boven de nominale 65% uitkomt.

Dat laatste is een valkuil: het subsidiepercentage en het maximumbedrag zijn twee verschillende grenzen, en welke van de twee als eerste toeslaat bepaalt je werkelijke cofinancieringslast. Cofinanciering hoeft niet uit eigen kasgeld te komen — het kan ook via een bank, een investeerder, of bij een consortium via bijdragen van partners. Wie dit bedrag onderschat, loopt vaak juist halverwege een verder goed voorbereid project tegen een financieringsprobleem aan.

De-minimis, de AGVV en waarom je eerdere steun opgeeft

Subsidies zijn juridisch een vorm van staatssteun: een selectief voordeel dat de overheid met staatsmiddelen verleent en dat de mededinging kan verstoren. Volgens de EU-regels moet de overheid staatssteun in principe vooraf aanmelden bij de Europese Commissie — maar de meeste Nederlandse regelingen zijn zo vormgegeven dat ze onder een vrijstelling vallen, waardoor aanmelding niet nodig is.

Twee vrijstellingen dekken bijna alles wat je tegenkomt:

  • De-minimissteun wordt gezien als te beperkt om de mededinging te verstoren. Er geldt een plafond per onderneming over een voortschrijdende periode, en ontvang je steun uit meerdere de-minimisregelingen in dezelfde periode — zoals SLIM naast andere projectsubsidies — dan tel je die bedragen bij elkaar op en mag je dat plafond niet overschrijden. Daarom geef je bij elke de-minimisaanvraag eerder ontvangen steun op.
  • De AGVV (Algemene Groepsvrijstellingsverordening, in het Engels GBER) keurt bredere categorieën vooraf goed, zoals R&D, scholing en mkb-steun. In plaats van één cumulatief plafond per onderneming stelt de AGVV voorwaarden aan het specifieke project — vooral een maximale steunintensiteit als percentage van de subsidiabele kosten.

Verwar dit niet met het subsidieplafond van een regeling — dat is simpelweg het totale budget voor een openstelling, verdeeld op volgorde van binnenkomst, en dat is een heel ander risico dan de staatssteungrenzen hierboven.

Nog een onderscheid om te onthouden: de WBSO en de innovatiebox zijn fiscale regelingen, geen subsidies, en vallen dus buiten de de-minimisboekhouding. Dat komt goed uit, en is de kern van het voorbeeld hieronder.

Een praktijkvoorbeeld: WBSO plus een gecofinancierde subsidie

Stel: je bedrijf voert een R&D-project uit. Je claimt de WBSO voor de R&D-loonkosten — een fiscale regeling die je loonheffing verlaagt, geen cofinanciering in de gebruikelijke zin vraagt, en geen de-minimisruimte opgebruikt. Tegelijk vraag je het MIT-haalbaarheidsproject aan om een verwant idee te testen voordat je opschaalt: €60.000 subsidiabele kosten, een subsidiepercentage van 35%, afgetopt op €20.000, waardoor je de resterende €40.000 zelf financiert.

Omdat de WBSO en het MIT-haalbaarheidsproject verschillende kosten dekken, is er geen dubbele financiering. Maar alleen de MIT-subsidie telt mee voor je de-minimisplafond — de WBSO niet. Voeg je later SLIM toe om personeel te scholen in het nieuwe proces, dan stapelt die steun bovenop de MIT-steun in je de-minimistotaal, terwijl de WBSO een apart, parallel spoor blijft. Twee boekhoudingen naast elkaar: cofinanciering vertelt je wat je zelf nog moet betalen; het de-minimis/AGVV-plafond vertelt je hoeveel steun je nog mag ontvangen.

Laat Manna meedenken

Manna brengt niet alleen in kaart welke regelingen bij jouw projecten passen, maar houdt ook de cofinanciering en de staatssteunkant bij — zodat je vooraf weet wat je zelf moet financieren en hoeveel ruimte je nog hebt.


Dit artikel is informatief en geen fiscaal of juridisch advies. Raadpleeg RVO.nl voor de actuele voorwaarden per regeling.

Lees ook:

Nu live in Nederland met WBSO-subsidies, vraag nu aan!

Geen creditcard vereist. Plan vandaag nog een gesprek met ons team.